zoeken

Methode EPB-aanvaarde bouwknopen (optie B)

Bij optie B is er een toeslag van 3 K-peil punten voor de EPB-aanvaarde bouwknopen. Dit zijn bouwknopen die geen aanleiding geven tot een ongeoorloofd warmteverlies en mogen dus beschouwd worden als goed ontworpen bouwknopen.

Er zijn twee manieren opdat een bouwknoop EPB-aanvaard is:

  • De bouwknoop voldoet aan één van de basisregels voor EPB-aanvaarde bouwknopen;
  • De bouwknoop voldoet aan de voorwaarde Ψe ≤ Ψe,lim.

Basisregels EPB-aanvaarde bouwknopen

Deze basisregels laten toe om op een eenvoudige en visuele wijze in te schatten of een bouwknoop al dan niet EPB-aanvaard is. Het rekenwerk wordt hierdoor sterk verminderd. Hierbij valt op te merken dat de bouwknoop enkel dient te voldoen aan één van de basisregels.

Basisregel 1: Minimale contactlengte isolatie

Deze regel eist dat de contactlengte dcontact nooit kleiner mag zijn dan de helft van de kleinste dikte van de isolatie van de samenkomende scheidingsconstructies.

Basisregel 2: Continuïteit van de isolatielagen door tussenvoeging van isolerende delen

Deze basisregel is van toepassing op bouwknopen waarbij de isolatielagen niet op elkaar kunnen aansluiten. Hier kan gebruik gemaakt worden van een tussengevoegd isolerend deel. Dit isolerende deel neemt plaatselijk de functie van thermische isolatie over. Hierdoor kan de thermische snede behouden blijven.

Het tussenliggend isolerend deel moet voldoen aan drie eisen:

  • De λ-waarde moet kleiner zijn als 0,2 W/mK;
  • De R-waarde loodrecht op de thermische snedelijn (zie figuur 2) moet minimaal gelijk zijn aan de helft van de R-waarde van de isolatie van de samenkomende scheidingsconstructie en moet minimaal 2 zijn (of 1,5 bij aansluiting op het schrijnwerk);
  • De contactlengte moet groter zijn dan de helft van de dikte van de aansluitende isolatielage

Basisregel 3: Minimale lengte van de weg van de minste weerstand

Soms is het niet mogelijk om isolatielagen rechtstreeks op elkaar te laten aansluiten of een tussenliggend isolerend deel te voorzien (meestal omwille van stabiliteitsredenen). De thermische snede kan dan niet behouden blijven. Toch betekent dit niet noodzakelijk dat men te maken heeft met een slecht ontworpen detail.

Basisregel 3 gaat ervan uit dat de warmtestroom steeds de gemakkelijkste weg van binnen naar buiten neemt. Is de thermische snede niet behouden, dan betekent dit dat de warmtestroom de weg volgt door de onderbreking van de isolatielagen heen naar buiten. Dit wordt de 'weg van de minste weerstand' genoemd.

De weg van de minste weerstand is strikt gedefinieerd als het kortste traject tussen de binnen- en buitenomgeving of een aangrenzende onverwarmde ruimte dat nergens een isolatielaag of tussenliggend isolerend deel snijdt, met een warmteweerstand groter of gelijk aan het kleinste van R1 en R2. Hierbij zijn R1 en R2 de warmteweerstanden van de isolatielagen van de scheidingsconstructies.